Faq auteursrecht afstudeervoorstelling

Hoe regel je het auteursrecht van je afstudeervoorstelling, ook als je die na je afstuderen nog wilt opvoeren? Als maker of uitvoerend kunstenaar heb je altijd te maken met auteursrecht, zowel als je werk van een ander openbaar maakt als wanneer je zelf maker bent. Bij een productie komen vaak meerdere aspecten van auteursrecht samen: je hebt bijvoorbeeld zelf een choreografie gemaakt, en je gebruikt daarbij het lichtontwerp, het kostuumontwerp en de muziek van anderen, die daarop auteursrecht hebben. Ook als je een bestaand toneelstuk uitvoert, waarvan op het stuk zelf of op de vertaling auteursrecht berust, moet je dat goed regelen. Regisseurs in het theater hebben in het Nederlandse rechtssysteem geen auteursrecht.

Toestemming regelen

Zodra je het geheel (de productie dus) openbaar maakt, heb je toestemming nodig van alle auteursrechthebbenden. Als je zelf een maker bent in auteursrechtelijke zin (dus ook als scenograaf, lichtontwerper of choreograaf) mogen anderen dat ook niet zonder jouw toestemming openbaar maken en dus uitvoeren.

Uitzondering op auteursrecht voor voorstellingen in onderwijs

In de Auteurswet bestaat voor het onderwijs een belangrijke uitzondering op het toestemmingsvereiste. Je hebt géén toestemming nodig van de rechthebbenden wanneer die uitvoering plaatsvindt in het kader van je opleiding, als je opleiding niet commercieel van aard is en het maken en/of uitvoeren onderdeel is van het leerplan. 

In de praktijk wordt dit door opleidingen vertaald naar een uitvoering binnen het gebouw van de instelling, waarbij alleen een vrijwillige bijdrage wordt gevraagd. Naamsvermelding van de auteursrechthebbende is wel zinvol. Als er sprake is van een uitvoering buiten het schoolgebouw, of als het publiek voor een kaartje moet betalen, is de uitzondering wellicht niet van toepassing. Overleg altijd met je opleiding, ook die heeft er belang bij dat er auteursrechtelijk juist gehandeld wordt.

Welke rechten heeft de opleiding?

Als je opleiding niets met jou en andere makers heeft afgesproken, berust het auteursrecht automatisch bij de makers. Als jij jouw aandeel onder toezicht of onder leiding van een derde hebt gemaakt, dan heeft die derde het auteursrecht. Dat kan dus in theorie de opleiding zijn. Meestal is hiervan geen sprake.

Sommige opleidingen regelen wel de publiciteit van een werk van een of meerdere studenten. De instelling heeft dan het recht om ‘reclame’ te maken met jouw werk. Omdat jij en je instelling meestal vergelijkbare belangen hebben, hoeft dit geen probleem te zijn.

Hoe regel je het auteursrecht van de voorstelling na je afstuderen?

Als je een productie die je tijdens je opleiding hebt gemaakt na je studie wil uitvoeren is de ‘onderwijs-uitzondering’ niet meer van toepassing. Je hebt dan toestemming nodig van alle rechthebbenden. 

Denk daarbij behalve aan het eventuele auteursrecht van de schrijver en de componist ook aan dat van de scenograaf, lichtontwerper, kostuum- of decorontwerper. Regel het professioneel, ook als de rechthebbenden studiegenoten waren. Dat betekent niet per se dat je hen moet betalen, maar wel dat je schriftelijke, persoonlijk ondertekende toestemming van alle betrokkenen hebt. Soms hebben auteursrechthebbenden een agent of organisaties zoals BUMA, LIRA of Pictoright ingeschakeld om hun auteursrechtelijke belangen waar te nemen. Vooral componisten hebben hun rechten vaak overgedragen aan BUMA. Dit soort organisaties moet je wel betalen voor hun diensten. 

Hebben werknemers van je opleidingsinstelling een auteursrechtelijke bijdrage geleverd? Dan heb je toestemming nodig van je instelling. Een werkgever heeft namelijk in principe het auteursrecht op werken van de werknemer die in loondienst gemaakt zijn. 

Direct naar:

Auteursrecht