Kunst en cultuur in cijfers

Kunst en cultuur hebben impact en dat zien we terug in onderzoeken en cijfers die over de verschillende werkvelden verschijnen. Verzamel data waarmee je jouw verhaal kunt onderbouwen.

Waarvoor gebruik je data?

Cijfers over de kunst- en cultuursector geven inzicht in de omvang van een beroepsgroep of vakgebied. Dat zegt iets over het belang ervan. Je kunt dit ook per vakgebied bekijken: Hoeveel optredens vinden er bijvoorbeeld plaats per jaar, hoeveel architecten zijn er of hoeveel bezoekers trekken musea?

Let bij het gebruik van statistische gegevens goed op de context. Kijk ook naar de schaal: heb je het over impact op het niveau van een buurt, stad, regio, nationaal of internationaal?

Je kunt onderzoeken gebruiken om de impact van jouw eigen werk of vakgebied te verduidelijken. Plaats cijfers in perspectief, door bijvoorbeeld een vergelijking te maken met een gemiddelde en onderbouw op die manier jouw eigen verhaal.

Data en de actualiteit

Bij het vergelijken van data is het ook belangrijk om de ontwikkelingen in die periode in een breed perspectief te plaatsen. Zo heeft bijvoorbeeld de coronapandemie grote gevolgen gehad voor de hele kunst en cultuursector. In 2020 t/m 2022 zie je een sterke daling van het aantal bezoekers. Ook de inkomsten en werkgelegenheid liepen terug, ondanks de financiële regelingen om de lockdowns en beperkende maatregelen te compenseren. Je kunt sommige cijfers dus niet zonder context vergelijken met die van de jaren ervoor.

Waar vind je statistische gegevens?

In de Cultuurmonitor van de Boekmanstichting staan kwantitatieve gegevens en kwalitatieve en thematische analyses over de Nederlandse culturele sector. Je kunt hier ook goed terecht voor cijfers over de verschillende werkvelden. Daarnaast biedt de Kamer van Koophandel cijfers over het aantal medewerkers, zelfstandigen en instellingen in de verschillende beroepsgroepen, waaronder de branche ‘cultuur en sport’. Ook het CBS en gemeentes presenteren statistische gegevens.

Via belangenbehartigers
Om de belangen van de sector en de eigen leden goed te kunnen ondersteunen doen belangenbehartigers vaak ook zelf onderzoek. Bijvoorbeeld door de eigen leden of achterban te ondervragen op bepaalde thema's. Deze informatie wordt meestal ook openbaar gepresenteerd. Er zijn verschillende landelijke beroepsorganisaties die op deze manier een belangrijke bijdrage leveren aan belangenbehartiging van de eigen beroepsgroep en arts advocacy in het algemeen. Jij kunt ook weer van deze cijfers profiteren om je eigen verhaal te onderbouwen.

Direct naar:

Belangenbehartigers

Er waren in Nederland in 2023 ongeveer 15.000 beeldend kunstenaars actief. (Cultuurmonitor, 2026)

In 2024 zijn er 473 musea aangesloten bij de Museumvereniging en zij organiseerden samen 2.031 (tijdelijke) tentoonstellingen. Aan deze musea werden 30,8 miljoen bezoeken gebracht en 27% hiervan kwamen uit het buitenland. Beeldende kunstmusea trokken 12,2 miljoen bezoekers. In 2024 was er een recordaantal van 1,5 miljoen Museumkaarthouders, die goed waren voor 31% van het totale bezoek. De vergoeding voor het bezoek van Museumkaarthouders levert de musea in 2024 76 miljoen euro op. (Museumvereniging, 2026)

In 2024 vonden er 67 museumbezoeken in schoolverband plaats per 100 leerlingen in het basis- en voortgezet onderwijs. In 2024 heeft 75% van de musea aandacht voor duurzaamheid. Bij 83% daarvan is duurzaamheid ook expliciet onderdeel van het beleid. 80% van de musea past de Code Diversiteit & Inclusie actief toe. (Museumvereniging, 2026)

In 2024 zijn er 44.000 werkzame personen bij de aangesloten musea, van wie twee derde (66%) vrijwilliger of stagiair is. 22% van de musea is primair afhankelijk van vrijwilligers en stagiairs. De musea maakten in 2024 1,31 miljard euro omzet, waarvan 49% eigen inkomsten en 51% (overheids)subsidies. Hier staan 1,34 miljard euro aan kosten tegenover, waarvan 69% personeels- en huisvestingskosten. (Museumvereniging, 2026)

Bron: Cultuurmonitor - Beeldende kunst
Bron: Museumvereniging

Er zijn in Nederland ruim 14.000 geregistreerde architecten. Ongeveer driekwart is architect, 13% interieurarchitect, 6% is stedenbouwkundige en 5% landschaps- of tuinarchitect. (Architectenregister, 2026)

Er zijn ongeveer 1.000 bureaus aangesloten bij de Koninklijke Bond Nederlandse architectenbureaus. De BNA vertegenwoordigt meer dan 60% van de werknemers bij architectenbureaus in Nederland. (BNA, 2026)

In het eerste kwartaal van 2025 telde het CBS 6.830 ontwerpbureaus ​(CBS 2025)​ binnen de SBI-code voor Architectenbureaus en Interieurarchitecten (SBI 7111). Dit is een stijging van 6 procent over de afgelopen tien jaar. Ongeveer één op de vijf van deze architectenbureaus heeft personeel in dienst. (Cultuurmonitor, 2026)

Het aantal werknemers in dienst bij architectenbureaus nam in de afgelopen jaren toe met 29 procent: van 8.570 werknemers in 2015 naar 11.030 werknemers in 2024 ​(CBS 2025)​. Tegelijkertijd is er een daling van het aantal zelfstandig architecten: van 4.980 in 2015 naar 4.370 in 2023 (een afname van 12 procent). (Cultuurmonitor, 2026)

Bron: Architectenregister
Bron: Branchevereniging Nederlandse Architecten (BNA)
Bron: Cultuurmonitor - Architectuur

In 2024 zijn er 1.464 archeologische rijksmonumenten, 4.126 archeologische complexen, 5.186 archeologische onderzoeken en 161 archeologische vondstmeldingen geteld. In 2024 zijn er 472 rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten. In 2025 telde Nederland 61.643 gebouwde rijksmonumenten. In 2025 werd er €109.489.875 subsidie verleend om de rijksmonumenten in stand te houden. (Erfgoedmonitor, 2026)

Bijna 90 procent van de Nederlanders ouder dan twaalf jaar bezoekt, beoefent, bekijkt of bestudeert in 2024 cultureel erfgoed in al zijn verschillende vormen. 6 miljoen Nederlanders, 38 procent van de bevolking, zet zich in de vrije tijd actief in voor erfgoed. (Cultuurmonitor, 2026)

Immaterieel erfgoed wordt in de inventaris van het KIEN in kaart gebracht: in 2024 zijn in totaal 209 verschillende vormen van levend cultureel erfgoed geregistreerd Hiervan is de grootste categorie ‘Festiviteiten, rituelen en sociale praktijken’, waar bijvoorbeeld Koningsdag, verschillende bloemencorso’s, nachtcultuur of de traditie ‘kopro beki’ onder vallen. (Cultuurmonitor, 2026)

In 2024 zijn er 473 musea aangesloten bij de Museumvereniging en zij organiseerden samen 2.031 (tijdelijke) tentoonstellingen. Aan deze musea werden 30,8 miljoen bezoeken gebracht en 27% hiervan kwamen uit het buitenland. In 2024 was er een recordaantal van 1,5 miljoen Museumkaarthouders, die goed waren voor 31% van het totale bezoek. De vergoeding voor het bezoek van Museumkaarthouders levert de musea in 2024 76 miljoen euro op. (Museumvereniging, 2026)

In 2024 zijn er 44.000 werkzame personen bij de aangesloten musea, van wie twee derde (66%) vrijwilliger of stagiair is. 22% van de musea is primair afhankelijk van vrijwilligers en stagiairs. De musea maakten in 2024 1,31 miljard euro omzet, waarvan 49% eigen inkomsten en 51% (overheids)subsidies. Hier staan 1,34 miljard euro aan kosten tegenover, waarvan 69% personeels- en huisvestingskosten. (Museumvereniging, 2026)

Bron: Museumcijfers, Museumvereniging
Bron: Erfgoedmonitor
Bron: Cultuurmonitor - erfgoed

In 2024 stagneert de groei van het bioscoopbezoek na de coronaperiode. Het aantal bezoekers daalde van 31,6 miljoen in 2023 naar 29,3 miljoen in 2024, een afname van 7%. De omzet uit kaartverkoop (box office) nam met 8% af. Dit verschil kan mede verklaard worden door het uitblijven van een paar grote blockbusters vanwege o.a. SAG-AFTRA stakingen in het najaar van 2023 in de VS. Gemiddeld bezocht de Nederlandse bevolking 1,6 keer de bioscoop in 2024. (NVPI, 2026)

In 2023 trokken 292 Nederlandse bioscopen met 502 dat jaar uitgebrachte films 31,3 miljoen bezoekers. 77 van deze films waren van Nederlandse makelij. Iets meer dan vijftig procent van deze bioscopen en filmhuizen is in commerciële handen, zo’n 45 procent is eigendom van de gemeenten. Commerciële bioscopen trekken samen rond de 70 procent van alle bezoekers. Drie op de vier Nederlandse huishoudens keek thuis naar films en series in het laatste kwartaal van 2023, met gemiddeld twee abonnementen per huishouden. (Cultuurmonitor, 2026)

De totale inkomsten van de audiovisuele sector bereikten in 2023 nieuwe recordhoogten met in totaal 1,489 miljard euro. Dit kwam primair door de streamingsdiensten: hun inkomsten bedroegen 1,139 miljard euro. Iets meer dan een vijfde (333 miljoen euro) kwam via bioscooprecettes en nog slechts één procent (17 miljoen) kwam voort uit de verkoop van DVD en Blu-ray.(Cultuurmonitor, 2026)

In 2023 werden 68 Nederlandse speelfilms geproduceerd, voor een totale productiewaarde van ruim 135 miljoen euro. Ook werden voor bijna 80 miljoen euro 17 zogenaamde high-end series gemaakt. (Cultuurmonitor, 2026)

Bron: NVPI
Bron: Cultuurmonitor - audiovisueel

In 2023 beoefent 64 procent van de Nederlandse bevolking een vorm van cultuur. (Cultuurmonitor, 2026)

In 2026 zijn er 164 instellingen voor kunsteducatie, zoals kunstencentra en muziekscholen, aangesloten bij de brancheorganisatie. (Cultuurconnectie, 2026)

Nederland telt anno 2024 circa 10.000 amateurkunstverenigingen, -clubs en -gezelschappen ingeschreven bij de KVK. Zij hebben gemiddeld 36 leden. (Verenigingsmonitor 2024)

Bron: Cultuurmonitor - Cultuur en participatie
Bron: Cultuurconnectie
Bron: LKCA - Verenigingsmonitor 2024

Het streamen van muziek blijft met een marktaandeel van 83% de belangrijkste bron van inkomsten voor de Nederlandse muziekindustrie. De omzet uit streaming steeg in 2024 met 16% naar 278 miljoen euro. De omzet van ‘fysiek’ daalde met 6%, waarbij de omzet uit vinyl redelijk stabiel bleef met ruim 37 miljoen euro. In totaal kwam de omzet in 2024 uit op 334 miljoen euro. (NVPI, 2026)

In 2024 groeiden de wereldwijde inkomsten uit opgenomen muziek met 4,8%. Dit was het tiende opeenvolgende jaar van wereldwijde groei. De inkomsten stegen in alle regio's. Streaming bleef wereldwijd het dominante formaat, goed voor 69% van de wereldwijde inkomsten uit opgenomen muziek. Eind 2024 waren er wereldwijd 752 miljoen gebruikers van betaalde abonnementen. (IFPI, 2026)

In 2024 organiseerden de poppodia 20.906 activiteiten met publiek, waarbij 30.831 muziekoptredens door artiesten werden gegeven. Bij concertactiviteiten steeg het aandeel optredens van internationale artiesten van 31% in 2023 naar 36% in 2024. In 2024 werden 6.885.354 bezoeken aan de poppodia gebracht. (VNPF, 2026)

In 2024 waren 10.574 personen werkzaam voor de poppodia. 67% van het werk werd uitgevoerd door personeel in loondienst. Ingehuurde zelfstandigen namen 10% van het werk voor hun rekening, 8% van het werk werd gedaan door stagiairs, 3% door uitzendkrachten en 11% door vrijwilligers. (VNPF, 2026)

Tussen muziekgenres bestaat er een grote variatie in waar inkomsten vandaan komen. Populaire muziek ontvangt bijvoorbeeld veel minder subsidie van de rijksoverheid of –fondsen dan klassieke muziek. In 2023 ging 7,1 procent van het totale subsidiebedrag van de basisinfrastructuur en het Fonds Podiumkunsten naar popmuziek, terwijl klassieke muziek 93 procent van het totale bedrag ontving. Voor poppodia zijn gemeentelijke subsidies (94 procent van totale subsidiebedrag voor poppodia aangesloten bij VNPF) van groter belang. (cultuurmonitor, 2026)

Bron: IFPI
Bron: VNPF
Bron: NVPI
Bron: CBS
Bron: Cultuurmonitor - Muziek
Bron: Poplive monitor

De cijfers van het CBS zijn gebaseerd op de VSCD, VNPF en een eigen enquête. Festivals zijn niet opgenomen in de CBS-data.

In 2024 waren er 597 theaterzalen in Nederland. (CBS, 2026)

Volgens het CBS vonden er in 2024 totaal 58.179 voorstellingen plaats in de podiumkunsten. In 2024 waren er 10.238 theatervoorstellingen, 23.025 muziekvoorstellingen, 2.508 dansvoorstellingen, 7.139 muziektheatervoorstellingen, 9.507 cabaret- en kleinkunstvoorstellingen en 5.762 overige voorstellingen. (CBS, 2026)

In totaal waren er bijna 23,5 miljoen bezoeken aan voorstellingen in 2024. (CBS, 2026)

Bron: CBS Statline
Bron: Cultuurmonitor - Theater

Festivals zijn niet opgenomen in de CBS-data.