Musea

De museumwereld is divers. Het is een veranderlijk veld waarin constant vernieuwing plaatsvindt op het gebied van bijvoorbeeld tentoonstellingsvormgeving, collectiebeheer, financiering, educatie en projectmanagement.

Soorten musea

Officiële categorieën ter ordening van musea bestaan niet, maar een globale indeling is wel te formuleren. Museana, het data-analysesysteem van de museumvereniging, hanteert vijf categorieën: kunst, geschiedenis, natuurhistorie, volkenkunde en bedrijf, wetenschap & techniek. Uiteraard zijn er voorbeelden van musea die twee of meer van deze categorieën combineren.

Kunst
Musea met kunst als hoofdonderwerp van de collectie en kunsttentoonstellingen. Voorbeelden hiervan zijn het Stedelijk Museum, Museum De Pont, het Van Abbemuseum en het Kröller-Müller Museum.

Geschiedenis
Musea met geschiedenis als hoofdonderwerp van de collectie en tentoonstellingen. Voorbeelden hiervan zijn het Louwman Museum, het Nederlands Openluchtmuseum, het Maritiem Museum Rotterdam en het Amsterdam Museum.

Natuurhistorie
Musea met natuurhistorie als hoofdonderwerp van de collectie en tentoonstellingen. Voorbeelden hiervan zijn het Natuurhistorisch Museum Maastricht, Het Natuurhistorisch Museum Rotterdam, Naturalis en Ecomare.

Volkenkunde
Musea met volkenkunde als hoofdonderwerp van de collectie en tentoonstellingen. Voorbeelden hiervan zijn het Wereldmuseum, het Tropenmuseum, Museum Volkenkunde en het Afrika Museum.

Bedrijf, wetenschap & techniek
Musea met ‘bedrijf, wetenschap & techniek’ als hoofdonderwerp van de collectie en tentoonstellingen. Voorbeelden hiervan zijn Museum Boerhaave, het Museon, Science Center NEMO en het Twents Techniekmuseum HEIM.

Collectiebeheer

De rijkscollectie wordt veelal beheerd door rijksmusea. Daarnaast hebben veel musea hun eigen collectie en kunnen musea (onderdelen van) collecties in bruikleen hebben. Op nationaal en internationaal niveau worden steeds vaker collecties tussen musea uitgewisseld. Ook zijn er collecties die door bedrijven en particulieren worden aangeboden aan musea.

Financiering

Alle musea zijn afhankelijk van verschillende financieringsstromen. In veel gevallen is dit een combinatie tussen eigen inkomsten en subsidies. Voorbeelden van eigen inkomsten zijn de inkomsten uit kaartverkoop en sponsoring. Subsidies worden voornamelijk uitgekeerd door overheidsfondsen en private fondsen.

Rijksmusea (dertig organisaties in Nederland) worden vaak deels gefinancierd door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). Regionale, provinciale en gemeentelijke musea worden vaak gedeeltelijk door de provincie en/of de gemeente ondersteund. Particuliere musea zijn meestal opgericht door een vermogend persoon of een bedrijf.

Met de introductie van de Erfgoedwet, krijgen 29 musea die momenteel in de basisinfrastructuur zijn opgenomen voor een deel van hun subsidie een langjarig perspectief. Deze musea ontvangen vanaf 2017 structurele subsidie voor het beheer en behoud van de collectie en in de meeste gevallen voor de huisvestingskosten. Voor overige activiteiten kunnen musea eens per vier jaar subsidie aanvragen in het kader van de basisinfrastructuur (BIS).