test

Software

Aanschaf
Programma’s die hier genoemd worden kunnen duur zijn. In het 'Free-' en 'Shareware-circuit' is het een en ander te vinden. Freeware betekent dat een programma gratis van internet gedownload kan worden. Shareware kan een gratis proeftermijn van bijvoorbeeld 30 dagen inhouden of een vorm waarbij er pas betaald gaat worden bij regelmatig gebruik. Zie bijvoorbeeld downloads.com. Surfspot biedt programma's met studentenkorting. Daarnaast zijn complete pakketen, bijvoorbeeld van Adobe, goedkoper dan wanneer je verschillende programma's los koopt.

Beeldbewerking
Foto's en illustraties kun je met beeldbewerkingprogramma’s, zoals Photoshop, Lightroom en PaintshopPro corrigeren op kleur, vorm en grootte. Ook kun je meerdere foto’s combineren tot een nieuw beeld waarin je dan weer kan tekenen. Het meest bekende beeldbewerkingsprogramma is Adobe Photoshop. Dit programma heeft heel veel mogelijkheden. Bovendien worden door allerlei software ontwikkelaars Plug-ins voor Photoshop gemaakt zodat er nog meer mogelijkheden ontstaan.

Muis of pen
Om een tekening op de computer te maken kun je het best een elektronische pen met tekenbord gebruiken. Een muis werkt minder prettig en geeft een groter risico op rsi.

Pixel en vector
De meeste beeldbewerkingprogramma’s zijn pixelgebaseerde programma’s.  Een pixel is te vergelijken met een rasterkorrel waaruit een foto is opgebouwd. Deze pixels zijn manipuleerbaar.

Er bestaan ook vectorgebaseerde programma’s. De vector werkt met oppervlaktes en lijnstukken die te vervormen zijn. De formule is een omschrijving voor de vorm, de kleur en de plek op het vlak. Het voordeel van vectortekeningen is dat de bestanden heel klein blijven en onbeperkt vergroot of verkleind kunnen worden zonder scherpte in het beeld te verliezen.

De vectortekenprogramma’s bestonden eerder dan de pixelprogramma’s en worden nog steeds gebruikt bij technisch- en constructief tekenen. Voor de creatieve gebruikers zijn dat bijvoorbeeld Adobe Illustrator of Adobe Indesign. Langzamerhand komen de pixel- en vectorprogramma’s dichter bij elkaar. Met vectorprogramma’s kan makkelijk een pixeltekening en -afbeelding gemaakt worden.

Videobewerking
Filmpjes maken kan al met een telefoon. Dure apparatuur voor filmen en monteren is niet voor alle doeleinden nodig. Final Cut Pro, Adobe Premiere Pro of Windows Movie Maker zijn de meest gebruikte programma’s. Videobestanden zijn erg groot en vragen veel opslagcapaciteit van je computer. 

Als de korte film is gemonteerd, kun je het exporteren naar een formaat dat makkelijk te gebruiken is. Een Avi of Quicktime-bestand kan door veel computers worden gelezen, maar er zijn veel meer bestandsformaten. 

Om het filmpje voor internet geschikt te maken, moet de resolutie omlaag worden gebracht. Hierdoor gaat ook de kwaliteit in beeld en geluid achteruit.  Voor het zogenaamde downgraden gebruik je codecs. Een codec is een stuk soft- of hardware dat toelaat data te (de)coderen of te (de)comprimeren. Er bestaan codec's om bijvoorbeeld geluid of beeld te coderen in een handelbaar formaat met behoud van een zeker kwaliteitsniveau. Voorbeelden van video-codec's: DivX, Xvid, MPEG, WMV. Voorbeelden van audio-codec's: MP3, MP4, WMA, Ogg, PCM (ongecomprimeerd) zoals bijvoorbeeld gebruikt in het WAV-formaat. 

Brandt het filmpje op een dvd, of als de omvang niet groter is dan 700 MB, op een cd-rom. Nu kan het filmpje op andere computers worden bekeken. Als je het filmpje in een dvd-speler wil afspelen moet je er een keuzemenu voor maken. Dit doe je met een speciaal programma, bijvoorbeeld met het brandprogramma Nero, Adobe Premiere Pro, iDVD of DVD Pro. 

3D
Architecten, productontwerpers, spelletjesmakers en mensen die animaties maken gebruiken 3D-programma’s. Architecten bijvoorbeeld, gebruiken het programma Autocad om gebouwen te ontwerpen. Dit programma rekent tijdens of na het tekenen uit wat de kosten van materiaal en personeel zijn om het gebouw te realiseren. Maar ook gebruikt het programma de rekenfunctie om het gebouw in 3D te tonen op het beeldscherm. Het gebouw kan dan van alle kanten bekeken worden en er kan doorheen gewandeld worden. Dit uitrekenen heet renderen.

Met 3D-programma’s kun je voorwerpen maken die bewegen en vervormen in een zelfgemaakte omgeving. Door er de dimensie tijd aan toe te voegen kunnen films gemaakt worden. De combinatie van 3D en film is tegenwoordig een veel gebruikte manier. Allerlei verschillende effecten en stunts in films worden hierdoor mede mogelijk gemaakt. Bekende 3D-programma’s zijn 3D-StudioMax, LightWave 3D, TrueSpace, SketchUp en vele andere: het programma Poser heeft zich gespecialiseerd in het maken van geanimeerde menselijke figuren, Bryce is gespecialiseerd in landschappen.

Animatie
Animaties worden zeker niet altijd in dure 3D-programma’s gemaakt. Een getekende animatie kan ook in een 2D-programma gemaakt worden: Adobe Flash is op dit gebied het meest populaire programma. In Flash kun animeren met behulp van een tijdlijn en tekengereedschappen. Flash is een op vectoren gebaseerd programma dat ook met foto´s,video en geluid overweg kan. Deze animaties zijn ook heel geschikt om op het internet te vertonen. Er zijn ook specialistische programma’s die gebruikt worden door tekenfilmstudio’s, maar deze zijn veelal te duur voor privé-gebruik.

Muziek
De meeste muziekcomposities worden dankzij nieuwe technische mogelijkheden eerst op de computer gemaakt en daarna in het echt uitgevoerd. De componist kan dankzij de computer meteen horen hoe zijn muziek klinkt. 

De imitatie van het geluid van een echt instrument in de computer is nog steeds lastig. Dit komt omdat sommige geluiden van instrumenten door de computer niet te evenaren zijn. Maar in veel soorten muziek worden juist de geluiden van synthesizers en computers gebruikt en gecombineerd met een enkel analoog instrument of een stem. Door de talloze mogelijkheden is de computer niet meer weg te denken bij het creëren van muziek. Zo kon de housecultuur alleen maar ontstaan door het gebruik van computers en software.

Geluidsstudio
Met invoerapparaten zoals klavier, een elektronische drum of een microfoon en met behulp van de diverse software kan een (betaalbare) geluidsstudio op bureauformaat gemaakt worden. Bekende programma’s om muziek te componeren zijn Cakewalk en FruityLoops. Er zijn veel synthesizers die als plug-in in deze programma’s geïnstalleerd kunnen worden. Naast muziek kan ook alleen het geluid bewerkt worden, bijvoorbeeld met het programma Adobe Audition.

De geluidsinstallatie is makkelijk met de computer te verbinden. Verbind een splitsnoertje (Stereo Uit) op de geluidskaart en een stereo verlengsnoertje (naar AUX-ingang) naar de versterker en de koppeling is compleet. Bij het aanzetten van de versterker de AUX-ingang selecteren en de (zelfgemaakte) muziek klinkt nog beter.