Cultuurbeleid in het nieuws
Het cultuurbeleid is veel in het nieuws vanwege de voorgestelde bezuinigingen uit het regeerakkoord van VVD en CDA. Omdat ook de gemeentes en provincies moeten bezuinigen is er vanaf 2013 veel minder subsidie beschikbaar dan in de periode 2008-2012.
Lees voor meer informatie over de actuele stand van zaken het nieuwsbericht:
hoe zit het nu met de bezuinigingen?
Cultuurbeleid
Nederland kent een uitgebreid systeem van overheidssubsidies voor de kunsten. Met dit cultuurbeleid beoogt de overheid de kunst en cultuur te stimuleren. De subsidies komen van het rijk, provincies, gemeenten en stadsdelen. Het geld wordt direct aan een instelling betaald of via overheidsfondsen verdeeld. Elke overheid betaalt een bepaald deel. Uit onderzoek van Berenschot (2008) blijkt dat het rijk 19%, de gemeenten 37% en de provincies 5% van de gesubsidieerde kunstensector betaalden.
Er gaat meer geld in de Nederlandse kunstwereld om dan alleen de directe cultuursubsidies. Publiek, sponsors, crowdfundraisers en particuliere fondsen betalen samen 33% van de gesubsidieerde cultuursector. Daarnaast zijn er indirecte subsidies zoals belastingvoordelen zoals bijvoorbeeld de geefwet.
De politiek bepaalt hoeveel overheidsgeld er naar de kunsten gaat. Over het algemeen vragen overheden en fondsen onafhankelijke adviseurs om de kwaliteit van de aanvragen te beoordelen. Zij adviseren over het toekennen van (overheids)subsidies aan bepaalde projecten, gezelschappen of kunstenaars.
Soorten subsidies
Al sinds januari 2009 wordt er onderscheid gemaakt tussen instellingen die wel en niet tot de basisinfrastructuur (BIS) behoren. De BIS wordt direct gefinancierd door het Ministerie van OCenW. Het betreft instellingen die in het kader van de ministeriƫle regeling een vierjaarlijkse instellingssubsidie krijgen, instellingen met een langjarig subsidieperspectief en de cultuurfondsen.
De landelijke cultuurfondsen verstrekken vanaf 2009 naast incidentele ook langjarige subsidies. Vooral veel podiumkunstinstellingen zijn vanaf 2009 aangewezen op deze fondsen en kunnen niet meer direct bij OCenW terecht. Er zijn verschillende soorten incidentele subsidies:
- Projectsubsidie is voor de realisatie van een concreet project. Het geld mag alleen gebruikt worden voor directe projectkosten. Meestal komen alleen rechtspersonen (stichtingen) in aanmerking.
- Individuele subsidies zoals stipendia (werk- en leefbeurzen), reis- en studiebeurzen, zijn voor natuurlijke personen (beeldend kunstenaars, componisten, auteurs, e.d.)
- Programmeringssubsidie is bedoeld om bijzondere voorstellingen, concerten en tentoonstellingen mogelijk te maken. Dergelijke subsidies mogen doorgaans niet gebruikt worden voor de reguliere programmering.
Argumenten om cultuursubsidies te verantwoorden veranderen in de loop van de tijd. Op dit moment gaat men ervan uit dat investeren in cultuur geld oplevert en goed is voor de maatschappelijke cohesie. Kunstenaars worden aangemoedigd om zich ondernemender op te stellen.
Mediabeleid
Voor de media (radio- en tv omroepen, kranten en bijbehorende nieuwe media) is een apart beleid van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). Het mediabeleid beschermt de media en zorgt dat de media in Nederland en op Europees niveau onafhankelijk kunnen werken en voor iedereen toegankelijk zijn en op een verantwoorde manier gebruikt worden.
Sinds de nieuwe mediawet, die in 2009 werd aangenomen, zijn de omroepen veel meer gaan werken met websites en themakanalen. Elk jaar ontvangen de publieke omroepen gezamenlijk bijna 8 ton overheidsgeld. Het is de bedoeling dat met ingang van 2016 het aantal omroepen wordt teruggebracht van 21 naar 8. Maar al vanaf 2013 zullen de omroepen moeten bezuinigen. De regionale omroepen worden door de provincie gefinancierd. Ook daar wordt flink gesneden in het budget en verdwijnen er in 2012 al veel banen.

